Statuten

STATUTEN WSV Numansdorp

Op tweeëntwintig november tweeduizend vijf verscheen voor mij, mr. xxxxx, notaris te Rotterdam:
mevrouw mr. xxxxxx, werkzaam op mijn kantoor, met adres: xxxxxx, geboren te xxxxxxl op xxxxx, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de heer xxxxxx, geboren te xxxxxxx op xxxxxx, houder van een geldige Nederlandse identiteitskaart met nummer xxxxxx, wonende xxxxxxx, bij het verstrekken van de volmacht handelend als bestuurder van de vereniging: Watersportvereniging Numansdorp, statutair gevestigd te Numansdorp, xxxxxxx, xxxx, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rotterdam onder dossiernummer 40322151, deze vereniging hierna te noemen: de vereniging.

De comparant, handelend als gemeld, verklaarde ter uitvoering van na te melden besluit van de algemene ledenvergadering van de vereniging, genomen in haar vergadering op twee april tweeduizend vijf, de statuten van de vereniging algeheel te wijzigen, waarna de vereniging wordt geregeerd door de volgende:
STATUTEN.

NAAM EN ZETEL.

Artikel 1.

De vereniging draagt de naam: Watersportvereniging Numansdorp, is opgericht op één juli negentienhonderddrieënzestig en heeft haar zetel te Numansdorp.

DUUR.

Artikel 2.

De vereniging is opgericht voor onbepaalde tijd.

DOEL.

Artikel 3.

1. De vereniging heeft ten doel de beoefening en bevordering van de watersport.

2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

a. het beleggen van vergaderingen en bijeenkomsten, het houden van cursussen en lezingen;

b. het organiseren van wedstrijden en tochten;

c. het aanbrengen en het instandhouden van de nodige accommodatie;

d. het samenwerken met andere verenigingen die hetzelfde of nagenoeg hetzelfde doel nastreven;

e. andere middelen, die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.

LEDEN, ERELEDEN, BUITENGEWONE LEDEN EN JEUGDLEDEN.

Artikel 4.

1. a. Leden van de vereniging zijn personen die de Nederlandse nationaliteit hebben, de achttienjarige leeftijd hebben bereikt en in het bezit zijn van een boot, welke voor alle wettelijke aansprakelijkheden is verzekerd, en door het bestuur een ligplaats hebben toegewezen gekregen bij de vereniging. Indien verschillende personen tezamen eigenaar zijn van één boot, wordt één van die personen als lid geregistreerd. Eindigt dit lidmaatschap dan kunnen de overige eigenaren geen aanspraak maken op de ligplaats. Gehuwden en geregistreerde partners worden gezien als gezamenlijke eigenaren van één boot en worden derhalve tezamen gezien als één lid.

b. Het bestuur houdt een register bij waarin van ieder lid zijn/haar naam, adres en geboortedatum is opgenomen.

2. Ereleden zijn zij die op voordracht van het bestuur of de algemene vergadering al zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd wegens hun verdiensten voor de vereniging of wel wegens het feit zich ten opzichte van het doel dat de vereniging nastreeft bijzonder verdienstelijk te hebben gemaakt. Ereleden kunnen tevens leden zijn.

3. Als buitengewone leden kunnen worden toegelaten personen die niet voldoen aan het voor leden gestelde in het huishoudelijk reglement en/of het bepaalde in artikel 4 lid 1 onder a. Zij hebben het recht de door de vereniging georganiseerde wedstrijden, oefeningen, cursussen en andere evenementen bij te wonen.

4. Jeugdleden kunnen zijn zij die aan de activiteiten van de vereniging deelnemen, doch niet de achttienjarige leeftijd hebben bereikt. Zij hebben het recht de door de vereniging georganiseerde wedstrijden, oefeningen, cursussen en andere evenementen bij te wonen.

5. Ereleden, buitengewone leden en jeugdleden hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten en het huishoudelijk reglement zijn toegekend en opgelegd.

6. Evenals bij de leden houdt het bestuur een register bij waarin van ieder erelid, buitengewoon lid en jeugdlid zijn/haar naam, adres en geboortedatum is opgenomen.

TOELATING.

Artikel 5.

1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden, buitengewone leden en jeugdleden.

2. Leden, buitengewone leden of jeugdleden zijn zij die zich schriftelijk als lid, buitengewoon lid of jeugdlid bij het bestuur hebben aangemeld en door het bestuur als lid, buitengewoon lid of jeugdlid zijn toegelaten.

Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan de algemene ledenvergadering alsnog tot toelating besluiten.

3. Het lidmaatschap is persoonlijk en kan niet worden overgedragen of door erfopvolging worden verkregen.

4. Bij haar beslissing omtrent de toelating van een lid, buitengewoon lid of jeugdlid kan het bestuur zich laten bijstaan door een commissie als bedoeld in artikel 12 lid 3.

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP.

Artikel 6.

1. Het lidmaatschap eindigt:

a. door de dood van het lid;

b. door opzegging door het lid;

c. door opzegging door de vereniging;

d. door ontzetting.

2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar. Zij geschiedt schriftelijk aan het bestuur met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken.

Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgevonden, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende boekjaar.

Het lidmaatschap eindigt onmiddellijk:

a. indien redelijkerwijs van het lid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;

b. binnen een maand nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard, aan een lid bekend is geworden of medegedeeld;

c. binnen een maand nadat een lid een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie.

3. Opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging kan tegen het einde van het lopende boekjaar door het bestuur worden gedaan:

- wanneer een lid na daartoe bij herhaling schriftelijk te zijn aangemaand op één november niet volledig aan zijn geldelijke verplichtingen jegens de vereniging over het lopende boekjaar heeft voldaan;

- wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die op dat moment door de statuten voor het lidmaatschap worden gesteld.

De opzeggingstermijn is ten minste vier weken.

Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgevonden, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende boekjaar.

De opzegging kan evenwel onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap tot gevolg hebben, wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren.

De opzegging geschiedt steeds schriftelijk met opgave van de redenen.

4. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of wanneer het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Zij geschiedt door het bestuur, dat het lid zo spoedig mogelijk van het besluit in kennis stelt, met opgave van de redenen. Het betrokken lid is bevoegd binnen één maand na de ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene ledenvergadering.

Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Een geschorst lid heeft geen stemrecht.

5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft de jaarlijkse bijdrage voor het geheel door het lid verschuldigd, tenzij het bestuur anders beslist.

EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN BUITENGEWONE LEDEN EN JEUGDLEDEN.

Artikel 7.

1. De rechten en verplichtingen van een buitengewoon lid en van een jeugdlid kunnen te allen tijde wederzijds door schriftelijke opzegging worden beëindigd behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.

2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur en kan slechts op grond van dringende redenen geschieden. Het bestuur dient de opzegging schriftelijk met redenen te omkleden.

JAARLIJKSE BIJDRAGE.

Artikel 8.

1. De leden, buitengewone leden en jeugdleden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.

2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

3. Ereleden betalen geen jaarlijkse bijdrage, maar wel de overige financiële verplichtingen.

BESTUUR.

Artikel 9.

1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van tenminste vijf personen, die uit en door de algemene vergadering worden benoemd.

2. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als tien leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering medegedeeld. Een voordracht door tien of meer leden moet vóór de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.

3. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.

4. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keus.

5. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP – SCHORSING.

Artikel 10.

1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. De algemene ledenvergadering besluit tot schorsing of ontslag met een meerderheid van twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen. Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene ledenvergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan.

Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. Een volgens het rooster aftredende bestuurslid is tweemaal herbenoembaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.

3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door het beëindigen van het lidmaatschap van de vereniging en door bedanken.

BESTUURSFUNCTIES – BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR.

Artikel 11.

1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. Het kan voor elk hunner uit zijn midden een vervanger aanwijzen. Een bestuurslid kan tijdelijk meer dan één functie bekleden.

2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend.

3. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

BESTUURSTAAK – VERTEGENWOORDIGING.

Artikel 12.

1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.

2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.

3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.

4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.

5. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan de voorzitter en de secretaris of hun plaatsvervangers tezamen, dan wel door twee gezamenlijk handelende bestuursleden die door het bestuur daartoe zijn aangewezen.

JAARVERSLAG – REKENING EN VERANTWOORDING.

Artikel 13.

1. Het boekjaar van de vereniging (het verenigingsjaar) is gelijk aan het kalenderjaar.

2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

3. Het bestuur brengt op een algemene ledenvergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene ledenvergadering, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten met een toelichting, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Deze stukken worden ondertekend door de bestuursleden; ontbreekt de ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.

Na afloop van de termijn kan ieder lid in rechte van het bestuur vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.

4. Wordt omtrent de getrouwheid van de stukken bedoeld in het vorige lid aan de algemene ledenvergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, dan benoemt de algemene ledenvergadering jaarlijks uit de leden een commissie van ten minste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.

5. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.

6. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.

7. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3 van dit artikel zeven jaar lang te bewaren.

ALGEMENE VERGADERINGEN.

Artikel 14.

1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.

2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering – gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:

a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 13 lid 3;

b. het verslag van de in artikel 13 lid 4 bedoelde commissie;

c. de benoeming van de in artikel 13 lid 4 genoemde commissie voor het volgende verenigingsjaar;

d. voorziening in eventuele vacatures;

e. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.

3. Het bestuur is op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van de stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 18 of bij advertentie in tenminste één ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.

TOEGANG EN STEMRECHT.

Artikel 15.

1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de vereniging, die niet geschorst zijn.

2. Over toelating van andere dan de in lid 1 van dit artikel bedoelde personen beslist de algemene vergadering.

3. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem. Ereleden, buitengewone leden en jeugdleden hebben geen stemrecht. Indien meerdere personen worden gezien als één lid, hebben zij tezamen recht op het uitbrengen van één stem. Bij het uitbrengen van die stem worden zij vertegenwoordigd door één van hen.

4. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid laten uitbrengen. Een stemgerechtigde kan voor ten hoogste twee personen als gevolmachtigde optreden.

VOORZITTERSCHAP – NOTULEN.

Artikel 16.

1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien dan voorziet de vergadering daarin zelve.

2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist in dezelfde of in de eerst volgende algemene ledenvergadering worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken.

De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING.

Artikel 17.

1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in lid 1 van dit artikel bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

3. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten, plaats.

Heeft alsdan weder niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.

Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.

Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.

6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.

7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden zulks vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.

Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.

8. Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering. Dit besluit kan ook schriftelijk tot stand komen.

9. Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen – dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding – ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING.

Artikel 18.

1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 4. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.

2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 17 lid 9.

STATUTENWIJZIGING.

Artikel 19.

1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zullen worden voorgesteld, onverminderd het bepaalde in artikel 17 lid 9.

2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden.

3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste zestig procent (60%) van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet zestig procent (60%) van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

5. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van statutenwijziging en een volledige doorlopende tekst van de statuten, zoals deze na de wijziging luiden, neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehouden register.

ONTBINDING.

Artikel 20.

1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.

2. Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Ieder hunner ontvangt een gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.

3. De vereffening geschiedt door het bestuur.

4. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht.

In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.

5. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer aanwezig zijn.

6. De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten worden bewaard gedurende zeven jaren na afloop van de vereffening. Bewaarder is degene die door de vereffenaar als zodanig is aangewezen.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

Artikel 21.

1. De algemene ledenvergadering kan een of meer reglementen vaststellen en wijzigen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin door deze statuten niet of niet volledig wordt voorzien.

2. Een reglement mag geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de wet of met deze statuten.

3. Op besluiten tot vaststelling en tot wijziging van een reglement is het bepaalde in artikel 19 leden 1 tot en met 3 van overeenkomstige toepassing.

SLOTVERKLARINGEN.

De comparant, handelend als gemeld, verklaarde:

a. de statuten van de vereniging zijn goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van twee februari negentienhonderdzevenenzestig, nummer 46. Op dertig januari negtienhonderdnegenenzeventig is een besluit genomen, mede in verband met de invoering van het nieuwe boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de statuten vast te leggen in een notariële akte. Op achtentwintig juni negentienhonderdvegenenzeventig werden de statuten van de vereniging bij akte verleden voor mr. J. Huijssen, destijds notaris te Klaaswaal vastgelegd. Nadien zijn de statuten van de vereniging niet meer gewijzigd;

b. van het verhandelde in bovengemelde algemene ledenvergadering van de vereniging blijkt uit een aan deze akte gehecht exemplaar van de notulen van die vergadering.

VOLMACHT.

Van de volmacht op de comparant blijkt uit één onderhandse akte van volmacht, die aan deze akte is gehecht.

BEKENDHEID COMPARANT

De comparant is mij, notaris, bekend.

WAARVAN AKTE

is verleden te Rotterdam, op de datum als in het hoofd van deze akte vermeld. De zakelijke inhoud is aan de comparant medegedeeld en nader toegelicht. De comparant heeft verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennis genomen en met beperkte voorlezing in te stemmen. Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de comparant en mij, notaris, ondertekend

omnegen uur dertig minuten

Volgen handtekeningen.